Theater in de school

08 jul 2016 - Heerhugowaard

Aan het woord is Willem Smit, dramadocent van Cool Kunst & Cultuur in Heerhugowaard. In dit project is in overleg met scholen een leerlijn muziek, een leerlijn dans en in het afgelopen jaar een leerlijn theater ontwikkeld. Willem schreef de lessen en heeft ze ook uitgevoerd op de Pater Jan Smit School in Heerhugowaard.

Wat is de toegevoegde waarde van jouw CMK-lessen voor de leerlingen?

De leerlingen hebben het als prettig ervaren dat er continuïteit was, dat er met regelmaat een les theater werd gegeven; het theater ging als het ware bij het schoolprogramma horen. Ik heb gezien dat de discipline theater een positieve invloed heeft gehad op de groep in die zin dat leerlingen van en over elkaar leerden, over durf, spelkwaliteit, reflecteren op spel of juist op de inhoud, het onderwerp.

Ik heb in mijn lessen gebruik gemaakt van diverse bronnen zoals verhalen, beeldende kunst, muziek, historie. Die variaties in het gebruik van bronnen heeft het mogelijk gemaakt om de gekozen onderwerpen breder neer te zetten, meer context te geven. Zo werkte het positief om bij het onderwerp ‘klassiekers’ gebruik te maken van een Grieks theaterverhaal met een historische bron. In het ontwerp van de lessen is gekozen voor het theoretisch kader van Cultuur in de spiegel. In de praktijk werkte het reflecteren op de inhoud van het onderwerp; kinderen konden zeer helder op de inhoud en de betekenis ervan reflecteren.

Wat levert het op voor de leerkrachten?

Voor de leerkrachten was het verrassend wat de leerlingen kenden, durfden, onthielden en qua concentratie konden opbrengen. Zij konden ook ongemerkt kinderen observeren wat een bron van informatie is voor iedere leerkracht. In sommige gevallen leverden de gegeven lessen een spiegel op voor hun eigen kunnen en durf; er ontstonden soms twijfels (moet ik dat ook kunnen?), maar in andere gevallen juist inzicht in hoe het vak theater gegeven zou kunnen worden. De keuze om vanuit onderwerpen de lessen theater te ontwerpen gaf de leerkrachten handvatten om vakintegratie toe te passen.

Waar liep je bij de uitvoering tegenaan?

Bij de uitvoering liep ik tegen organisatorische zaken aan; sommige groepen waren – vanwege de schoolkeuze om groep-doorbrekend te gaan werken – te groot en pasten om die reden niet goed in het lokaal, of het vroeg om een schuiven met meubilair of zelfs werken in 2 aparte groepen.
Het basisniveau van de leerlingen was bij aanvang lager dan gedacht als het gaat om begrippen, spelvormen, concentratie, samenwerking, met respect kijken. Dat kostte enige weken om op niveau te krijgen.​ Zo zie je maar; zo’n discipline vraagt om onderhoud!

En hoe is de voortgang na 2016, denk je?

Van belang lijkt mij dat een schoolteam zich intensief en gedurende langere tijd laat begeleiden. De lessen zijn overdraagbaar maar vragen wel om oefening, uitleg in sommige gevallen, om inbedding in de school, het team.