De leerstof laten leven met dans in Den Helder

25 feb 2016 - Den Helder

Pauline Luth-Griffioen is freelance dansdocent voor het CMK project Den Helder ‘Cultuurpartners.dh’. Doel van dit CMK-project is een partnerschap aan te gaan met de scholen. Vraaggericht en in samenhang met het andere onderwijs worden per school cultuurlessen ontwikkeld.

Wat is de toegevoegde waarde van jouw CMK-lessen voor de leerlingen?

Ik heb voor dit project op een aantal scholen mogen werken. Ik maak eerst een afspraak met het team om te bespreken wat hun vraag is. Hierover brainstormen we. Met welke thema’s zijn ze bezig, en wat willen ze kinderen hierover leren? We stellen samen leerdoelen op en dan ga ik nadenken hoe ik die vanuit mijn discipline kan bereiken.
Wat dit voor kinderen oplevert? Ik zal een voorbeeld geven van zulke vakoverstijgende lessen, over het metriek stelsel. Hier duik ik dan eerst zelf in, hoe zou het logisch zijn om hierover te leren als kind? Ik ben begonnen met een rap met bewegingen, over millimeters, grammen enzovoort. De week erna ben ik hier vanuit de input van kinderen en leerkrachten mee verder gegaan. Kinderen riepen in de gang al: ‘Pauline, wil je mijn rap van het metriek stelsel horen?’ Ze waren heel gemotiveerd. In vier lessen hebben we de hele lesstof over dit onderwerp tot en met groep 8  doorgenomen!

Het gaat erom, dat ik leerdoelen die echt even aandacht nodig hebben, op een andere manier kan brengen. De kinderen maken spelenderwijs kennis met de lesstof door een kunstdiscipline, in mijn geval dans. Zo heb ik ook een ‘klokkendans’ gedaan, over digitaal klokkijken. Ze zijn lekker aan het bewegen en ondertussen leren ze veel.

Wat levert het op voor de leerkrachten? En hoe is de voortgang na 2016, denk je? 

Mijn lessen zijn nooit pasklaar, maar maatwerk. Ik ga met docenten samen op onderzoek. Het is een creatief proces. Ik stel mij kwetsbaar op, ik ben niet diegene die de kinderen elke dag ziet, dat zijn zij. De opzet in dit project is dat ik twee lessen geef; de docenten herhalen een deel van mijn les en kijken wat zij er zelf bij kunnen bedenken vanuit hun expertise. Als je er zo instaat, kun je echt samen iets maken.

Bijvoorbeeld een les over begrijpend lezen, over ‘sleutels’ hoe je door een tekst moet gaan in zes stappen, zoals ‘let op signaalwoorden’. Ik heb deze sleutels met kinderen uitgebeeld in bewegingen. Dit beklijft beter omdat linker en rechter hersenhelft samenwerken. De kinderen doen vervolgens deze bewegingen voordat ze een tekst gaan lezen. Leerkrachten zagen dat het werkte en dat ze hier ook bij andere taallessen als zinsontleding wat mee konden. Ik kreeg een email van een leerkracht die dit ging toepassen in een andere les: ‘Pauline, ik sta nu in mijn woonkamer bewegingen te verzinnen!’.

Je moet niet te snel willen gaan. Geen druk op ze leggen, kleine stapjes doen, laten zien wat je bedoelt, coachen. Het grappige is dat de leerkrachten dan zelf vaak sneller willen. Ik krijg terug, dat ze de samenwerking heel relaxed vinden, en dat ze in die ontspannenheid sneller leren. En dit geldt ook voor de kinderen!

Waar loop je bij de uitvoering tegenaan?

Dat zijn praktische zaken, zoals dat de communicatie met de ene leerkracht sneller gaat dan met de andere. Leerkrachten zijn overladen, dat begrijp ik wel.  Soms denken ze aan het begin ‘Komt dit er nog bij?’ Maar als je met ze aan de slag bent, ervaren ze dat ze efficiënt kunnen werken op deze manier. Ze bewegen met de leerlingen én werken aan de lesstof. Tijdwinst!

Voor mijzelf kost het soms wel meer tijd, om te werken vanuit de hulpvraag. Het gaat vaak om leerstof die ik niet in eerste instantie bij dans zou betrekken, dus ik moet dan zelf ook zoeken enout of the box gaan. De creativiteit om invulling hieraan te geven, kost tijd en energie. Ik moet erop vertrouwen dat het ontstaat, maar het lukt altijd. Het geeft een heel nieuwe dimensie aan mijn vak, om ook aan andere leerdoelen te werken. Ik word er steeds handiger in om onderwerpen met dans in te vullen.