Blog

Cultuleren in West-Friesland

29 nov 2016 - West-Friesland

“Alles wat aandacht krijgt gaat bloeien” 

Susanna Laan vertelt:

De kern van Cultuleren 2017-2020 is vooral gericht op de ontwikkeling van cultuurbeleid en het versterken van de bestaande netwerken, waardoor de samenwerking tussen scholen en culturele ondernemers nog meer verstevigd wordt.  Om scholen in die ontwikkeling goed te kunnen begeleiden maken we gebruik van scenario’s (CMK Groningen/Drenthe). Na de inventarisatie, het gaat om ongeveer 90 scholen, wordt een aantal ( ± 12 per jaar) scholen geselecteerd voor een kort of lang begeleidingstraject. Bij de begeleiding maken we gebruik  van CultuurSpoor of CultuurLoper.

Wat gaan we anders doen in de komende 4 jaar?

We hebben, gezien het aantal scholen in de regio en de verschillen tussen de  gemeentes, gekozen voor een begeleidingstraject bij een beperkt aantal scholen per jaar.  Daarnaast zal onze rol vooral gericht zijn op het verzelfstandigen van de netwerken (o.a. Cultuurcommissies) en de scholen meer eigenaarschap geven. Een voorbeeld daarvan is om scholen een budget per leerling te geven, waarmee een eigen invulling aan de culturele activiteiten gedaan kan worden (het afgelopen jaar hebben we dit uitgeprobeerd en dit heeft goed gewerkt).

Wat is er bereikt in 2020 en maakt ons blij?

In 2020 hebben we in West-Friesland een zelfstandig opererend netwerk cultuureducatie voor scholen. Een groot deel van de scholen heeft een visie op cultuurbeleid geformuleerd en bepaalt op grond daarvan het cultuuraanbod en de deskundigheidsbevordering voor leerkrachten, waardoor meer samenhang in het lesaanbod. In elke gemeente heeft een aantal scholen een structurele samenwerking met een culturele instelling uit de regio.  Cultuurcommissies bepalen het gezamenlijk aanbod en kunnen financieel zelfstandig opereren.

Cultuleren in West-Friesland

05 sep 2016 - West-Friesland

Janna de Lathouder is theaterdocent binnen het project Cultuleren, het CMK project van de zeven West-Friese gemeenten. Ze werkt met leerlingen in de klas maar ze geeft ook workshops aan leerkrachten en schrijft lesmethoden en -brieven.

Wat is de toegevoegde waarde van jouw CMK lessen voor de leerlingen?

Wat het meest opvalt is dat leerkrachten nieuwe vaardigheden bij leerlingen ontdekken die ze een andere kijk geeft op sommige leerlingen. Er worden nieuwe kwaliteiten aangeboord die zichtbaar worden voor de leerkracht. Het is tegenwoordig steeds belangrijker om jezelf goed te kunnen presenteren. Dat je een geloofwaardig verhaal kan maken van wat je wilt bereiken. Theater helpt je om je uitstraling in overeenstemming te brengen met wat je over wilt brengen, wat je denkt. De leerlingen treden op voor een live publiek en reflecteren daarop. Zo ontwikkelen ze een zelfbewustzijn.

Ik besteed aandacht aan het ambacht van spelen, ze krijgen veel tips en door veel te spelen oefenen ze de vaardigheden, bijvoorbeeld door elementen toe te voegen aan een personage. Dat  is de zogenaamde trukendoos maar bij theater gaat het er juist om om na te denken over wat je daarmee wilt vertellen. Dat proces wil ik graag in gang zetten. Het heeft ook te maken met het ontwikkelen van creativiteit. Buiten de gebaande paden durven te treden en het vormen van nieuwe gedachten.

Wat levert het op voor de leerkrachten?

In de theaterlessen komen andere aspecten van de persoonlijkheid van leerlingen naar voren dan in de ‘normale’ lessen. Het is belangrijk voor leerkrachten om een leerling zo volledig mogelijk te ‘zien.’ Daarmee kunnen ze de leerlingen beter begeleiden bij het leren, hun ontwikkeling en groei. Leerkrachten zien ook nieuwe lesmogelijkheden gekoppeld aan hun eigen lessen. Ik zag echt luikjes opengaan: “He, dan kan ik ook.”

En hoe is de voortgang na 2016 denk je?

Ik hoop dat theater steeds vaker terugkomt in hun eigen lessen, de drempel daarvoor is nu verlaagd. Misschien is het nog moeilijk voor ze om hele theaterlessen zelf te verzorgen maar ze hebben wel zicht op bepaalde theaterprincipes die ze op andere momenten kunnen gebruiken. Bijvoorbeeld bij presentaties van leerlingen zijn ze zich veel bewuster van de tips die ze daarbij kunnen geven.

Waar loop je tegenaan bij de uitvoering?

Bij het geven van workshops voor leerkrachten is er zo’n groot verschil tussen de niveaus waarmee ze werken, van kleuters tot bijna pubers. Bij theater is de input van de leerlingen erg belangrijk, de emoties, de humor, de ervaringen. Dat vergt een andere aanpak van de leerkrachten. Het is lastig om dat in één enkele workshop te verwerken. Liever zou ik per bouw workshops geven. Het programma van leerkrachten is zo vol. Ze moeten zoveel doen en de opbrengst van theater is lastig te benoemen in meetbare categorieën en is daardoor moeilijker ‘af te vinken’. Het gaat om processen en vaardigheden.