Blog

Cultuurpartners aan het woord: Triade uit Den Helder

14 dec 2016 - Den Helder

Nel Beemster, coördinator Kunst in school bij Triade, vertelt.

Wat is de kern van jullie nieuwe plan?

De praktische uitgangspunten van Cultuurpartners 1 waren:

  • Elke partnerschool krijgt een aantal uren en kiest( een) discipline(s)  waarmee het komend jaar gewerkt gaat worden
  • Het gesprek tussen leerkracht en kunstdocent staat centraal. De kunstdocenten werken vraag gestuurd met leerkrachten en leerlingen
  • Het eigenaarschap van de scholen staat centraal

De beginvraag van Cultuurpartners 1 was: Hoe en in hoeverre kan kunstonderwijs een bijdrage leveren aan de leerdoelen van de school?

Dit onderzoek heeft bij de Cultuurpartners (de deelnemende scholen én Triade) veel los gemaakt. Leerkrachten zagen dat het onderwijs ‘uit de methode’ door inzet van kunstvakken  betekenisvol werd voor de leerlingen.  Gevolg was dat leerlingen meer gemotiveerd waren, de leerstof beter beklijfde en toetsen vaak gemiddeld beter werden gemaakt. Deze resultaten maakten dat de  scholen waarmee we werken enthousiast werden en bleven over het project. Alle 11 partner-scholen willen dan ook door  gaan naar CMK2.

In de 2e periode willen de scholen vooral:

  • Deskundigheidsbevordering: Het vergroten van de eigen vaardigheid om kunstdisciplines vakoverstijgend in te zetten.
  • Partnerschap:  d.w.z. het duurzaam van elkaars kwaliteiten gebruik maken. Triade fungeert daarbij  als inspirator, vraagbaak, monitort het proces en houdt zicht op de kwaliteit daarvan.
  • Dat teams en leerkrachten worden begeleid  bij het borgen van de werkwijze Cultuurpartners.

De Ambitie van Triade in de periode 2017 – 2020  is om de koppeling van kunst en leervakken door te zetten. Scholen  / leerkrachten zijn enthousiast maar voelen zich nog niet zeker genoeg, willen graag ondersteuning  bij dit proces. Het gesprek tussen leerkracht en kunstdocent blijft daarbij de kern van de werkwijze.

We hebben bij deze werkwijze wel geconstateerd  dat de kunstvakken soms als middel wordt ingezet. Het  kunstvak wordt dan ingezet om b.v. het metrieke stelsel aan te leren of om de regels van het ‘kofschip’ te verduidelijken.

Voor de betreffende leerkrachten levert dit vaak een heel nieuwe aanpak op van hun lesstof, vaak zijn ze verbaasd dat leerlingen die de stof anders moeilijk vinden nu wel gemotiveerd zijn om er mee aan de slag te gaan. Vanuit de kunsten bezien vinden wij het echter jammer dat de eigen waarde van het kunstvak maar beperkt  wordt aangesproken op deze manier. Vandaar dat we er voor hebben gekozen om de focus in de 2e periode te verleggen naar het creatief proces.

Wat gaan jullie in de komende 4 jaar anders doen dan in de voorgaande periode?

Leerkrachten hebben de afgelopen jaren al vaak kennis gemaakt met het creatieve proces (inherent aan de werkwijze van de kunstdocenten).  Dit gebeurde vaak onbewust, het proces werd niet benoemd aangezien de focus in de eerste periode ergens anders lag.  In de nieuwe periode willen we meer bewust aan de slag met dit creatieve proces. Het plan is om leerkrachten te stimuleren om de koppeling leerdoel – kunstvak ook weer los te laten en de kunstvakken te onderzoeken op hun eigen waarde.

Wat willen jullie bereikt hebben in 2020, wanneer ben je tevreden?

  • Als leerkrachten in staat zijn om de kunstvakken in het hart van het onderwijs te plaatsen
  • Als leerkrachten de kracht van het creatieve leerproces hebben ontdekt
  • En als leerkrachten creatiever zijn geworden in hun handelen

De leerstof laten leven met dans in Den Helder

25 feb 2016 - Den Helder

Pauline Luth-Griffioen is freelance dansdocent voor het CMK project Den Helder ‘Cultuurpartners.dh’. Doel van dit CMK-project is een partnerschap aan te gaan met de scholen. Vraaggericht en in samenhang met het andere onderwijs worden per school cultuurlessen ontwikkeld.

Wat is de toegevoegde waarde van jouw CMK-lessen voor de leerlingen?

Ik heb voor dit project op een aantal scholen mogen werken. Ik maak eerst een afspraak met het team om te bespreken wat hun vraag is. Hierover brainstormen we. Met welke thema’s zijn ze bezig, en wat willen ze kinderen hierover leren? We stellen samen leerdoelen op en dan ga ik nadenken hoe ik die vanuit mijn discipline kan bereiken.
Wat dit voor kinderen oplevert? Ik zal een voorbeeld geven van zulke vakoverstijgende lessen, over het metriek stelsel. Hier duik ik dan eerst zelf in, hoe zou het logisch zijn om hierover te leren als kind? Ik ben begonnen met een rap met bewegingen, over millimeters, grammen enzovoort. De week erna ben ik hier vanuit de input van kinderen en leerkrachten mee verder gegaan. Kinderen riepen in de gang al: ‘Pauline, wil je mijn rap van het metriek stelsel horen?’ Ze waren heel gemotiveerd. In vier lessen hebben we de hele lesstof over dit onderwerp tot en met groep 8  doorgenomen!

Het gaat erom, dat ik leerdoelen die echt even aandacht nodig hebben, op een andere manier kan brengen. De kinderen maken spelenderwijs kennis met de lesstof door een kunstdiscipline, in mijn geval dans. Zo heb ik ook een ‘klokkendans’ gedaan, over digitaal klokkijken. Ze zijn lekker aan het bewegen en ondertussen leren ze veel.

Wat levert het op voor de leerkrachten? En hoe is de voortgang na 2016, denk je? 

Mijn lessen zijn nooit pasklaar, maar maatwerk. Ik ga met docenten samen op onderzoek. Het is een creatief proces. Ik stel mij kwetsbaar op, ik ben niet diegene die de kinderen elke dag ziet, dat zijn zij. De opzet in dit project is dat ik twee lessen geef; de docenten herhalen een deel van mijn les en kijken wat zij er zelf bij kunnen bedenken vanuit hun expertise. Als je er zo instaat, kun je echt samen iets maken.

Bijvoorbeeld een les over begrijpend lezen, over ‘sleutels’ hoe je door een tekst moet gaan in zes stappen, zoals ‘let op signaalwoorden’. Ik heb deze sleutels met kinderen uitgebeeld in bewegingen. Dit beklijft beter omdat linker en rechter hersenhelft samenwerken. De kinderen doen vervolgens deze bewegingen voordat ze een tekst gaan lezen. Leerkrachten zagen dat het werkte en dat ze hier ook bij andere taallessen als zinsontleding wat mee konden. Ik kreeg een email van een leerkracht die dit ging toepassen in een andere les: ‘Pauline, ik sta nu in mijn woonkamer bewegingen te verzinnen!’.

Je moet niet te snel willen gaan. Geen druk op ze leggen, kleine stapjes doen, laten zien wat je bedoelt, coachen. Het grappige is dat de leerkrachten dan zelf vaak sneller willen. Ik krijg terug, dat ze de samenwerking heel relaxed vinden, en dat ze in die ontspannenheid sneller leren. En dit geldt ook voor de kinderen!

Waar loop je bij de uitvoering tegenaan?

Dat zijn praktische zaken, zoals dat de communicatie met de ene leerkracht sneller gaat dan met de andere. Leerkrachten zijn overladen, dat begrijp ik wel.  Soms denken ze aan het begin ‘Komt dit er nog bij?’ Maar als je met ze aan de slag bent, ervaren ze dat ze efficiënt kunnen werken op deze manier. Ze bewegen met de leerlingen én werken aan de lesstof. Tijdwinst!

Voor mijzelf kost het soms wel meer tijd, om te werken vanuit de hulpvraag. Het gaat vaak om leerstof die ik niet in eerste instantie bij dans zou betrekken, dus ik moet dan zelf ook zoeken enout of the box gaan. De creativiteit om invulling hieraan te geven, kost tijd en energie. Ik moet erop vertrouwen dat het ontstaat, maar het lukt altijd. Het geeft een heel nieuwe dimensie aan mijn vak, om ook aan andere leerdoelen te werken. Ik word er steeds handiger in om onderwerpen met dans in te vullen.