Bibliotheken in N-H en CMK

01 jul 2015 - heel Noord-Holland

In de CMK monitorgesprekken die Plein C heeft gevoerd in de eerste maanden van dit jaar kwam een aantal keren de vraag naar een bijeenkomst van bibliotheken die betrokken zijn bij een CMK-project. Na ruim twee jaar samenwerken aan CMK blijkt dat bibliotheken en kunstencentra soms nog verschillend aankijken tegen hun rol in cultuureducatie. Dit was het thema van deze bijeenkomst, ook met het oog op de toekomst: als CMK na 2016 doorgaat, hoe komen we tot optimale samenwerking komt  de inbreng van de bibliotheek goed tot zijn recht.

Aanwezig waren 7 projectleiders van bibliotheken, 2 van kunstencentra en 2 adviseurs van Plein C.

Er werd gesproken over de volgende thema’s:

  1. Rollen: wat is de rol van de bibliotheek en van het kunstencentrum in cultuureducatie?
  2. Taken: wat verwacht de subsidiegever (gemeente) en de afnemer (school) van de bibliotheek en van het kunstencentrum?
  3. Inhoud: is leesbevordering de core-business’ van de bibliotheek? En valt dit onder cultuureducatie?
  4. Samenwerking: als CMK wordt voortgezet, wat is dan de optimale verhouding en taakverdeling tussen bibliotheek en kunstencentrum?

Hier kwamen de volgende adviezen uit naar voren:

  1. Beide instellingen moeten voorafgaand aan de samenwerking, zoals die beschreven staat in het projectplan van CMK, elkaar leren kennen en duidelijk krijgen wat zij doen. Door de haast waarmee de projectplannen voor CMK geschreven moesten worden in 2012 is dat niet voldoende gebeurd. Dit betekent dat zelfs nu, ruim twee jaar later, over en weer niet altijd goed bekend is wat beide instellingen doen. Dit geldt ook voor de vakdocenten van de kunstencentra. Zo werken bij veel bibliotheken MBO’ers met bepaalde vastomlijnde taken, die zitten op een ander ‘level’ dan vakdocenten. De ‘intake’ moet beter. En wees helder over wat wiens rol is.
    Als de rol van het kunstencentrum en de bibliotheek gelijkwaardig is, moet dit als een feit bij de scholen gebracht worden. Bij een keuze van scholen tussen bibliotheek en kunstencentrum kiest de school nu vaak voor het kunstencentrum. Met name omdat bijna alle scholen toch al producten afnemen van bibliotheken, en het aanbod van het kunstencentrum dan meer als ‘extra’ ervaren. Als binnen CMK gekozen wordt voor een samenwerking met de bibliotheek, dan moeten scholen die deelnemen aan CMK dat als een gegeven beschouwen. Dit  kan een voorwaarde vooraf zijn aan een school om mee te doen met CMK.
    Beide instellingen moeten binnen CMK doen waar zij sterk in zijn. Bibliotheken zijn sterk in hun relaties met scholen, in media-educatie, in leesbevordering.
    De bibliotheken ervaren een verschil in cultuur met de centra voor de kunsten: bibliotheken werken meer op een ambtelijke manier. Willen helderheid en ruim van te voren plannen. Centra voor de kunsten en hun docenten werken ondernemender en flexibeler. Dit kan wrijving opleveren, maar ook leerzaam en inspirerend werken.
  2. De gemeente mag actiever sturen. Gemeenten zouden hun prestatie-eisen aan de bibliotheek beter moeten kunnen nuanceren. Als de gemeente meer stuurt kan samenwerking meer opgelegd worden. De medewerkers van de verschillende instellingen willen best samenwerken, maar de organisaties zien elkaar vaak ook als concurrent. Een duidelijke opstelling van de gemeente kan hierbij helpen.
  3. Bibliotheken beschouwen leesbevordering als hun core-business. De kunstvakken kunnen als middel ingezet worden om leesbevordering te ondersteunen. Leesbevordering werkt ook aan literaire vorming en aan de ontwikkeling van het culturele zelfbewustzijn.

De aanwezige bibliotheken en kunstencentra vinden dat bibliotheekwerk bij cultuur hoort, enkele bibliotheken vinden het een gemiste kans dat de discipline literair niet is opgenomen in het leerplankader van het SLO en binnen CMK ondervertegenwoordigd is. Een goed voorbeeld van de cultuureducatieve rol van de bibliotheek is bijvoorbeeld het project dat in West-Friesland (Stede Broec) is uitgevoerd. Bibliotheek en kunstdocenten vonden elkaar daar op het gemeenschappelijke thema: we vertellen allemaal een verhaal.

  1. De penvoerder is nu vaak ook als uitvoerder in een CMK-project actief. Dat is niet altijd goed voor de onafhankelijkheid. Deze rol zou door een onafhankelijke instelling uitgevoerd moeten worden; een makelaar tussen de school en alle aanbieders. Ook zou de Provincie Probiblio een duidelijker rol in cultuureducatie kunnen geven. Dit zou de positie van bibliotheken op gebied van cultuur versterken. Stel ‘het verhaal’ centraal, daarmee kun je alle culturele kanten mee op.

Bibliotheken zouden in hun programma’s meer ruimte moeten maken voor reflectie, dit onderdeel is nu wat onderbelicht. Ook zou de literaire poot groter moeten zijn.

Belangrijk is meer respect voor de verschillende insteek van beide instellingen: ‘Wat kan ik niet dat jij wel kunt’; je moet de ander echt nodig hebben. Het gevoel van concurrentie moet weg, gezamenlijk een programma aanbieden aan de scholen. De Leesmonitor die ingezet wordt bij Bibliotheek op school is wellicht een instrument dat ook geschikt is om cultuuruitingen van leerlingen te meten.

Vraag aan Plein C: verzamel goede voorbeelden van CMK-projecten en maak daar een boekje van. (tip van Plein C: alle projecten en tussentijdse verslagen staan op een blog: www.cmknoord-holland.nl )

Verslag: Marijke Schauikes, Plein C