Blog

CMK in Hoofddorp

22 mei 2018 - Geen categorie

In gesprek met Stone van den Hurk, hoofd Scholenteam Pier K

Wat is voor jullie het belangrijkste verschil in deze tweede CMK-periode met 2013-16?

CMK1 in Haarlemmermeer heeft twee delen gekend. In het eerste deel is ingezet op co-creatie met scholen waarbij het ‘Kunst in Leren’ concept centraal stond; de inzet van kunst en cultuuractiviteiten binnen de reguliere schoolvakken. Op basis van de opbrengsten van dat proces zijn in de tweede fase pakketten ontwikkeld voor de verschillende disciplines waarbij voor met name Media en Erfgoed samenwerking is gezocht met diverse gemeentelijke aanbieders. Het ‘kunst in leren’ concept is daarbij weer losgelaten, hoewel het gedachtegoed tot op de dag vandaag terug te vinden is in ons aanbod. Het bieden van samenhangende pakketten in meerdere disciplines, aangevuld met training en begeleiding van leerkrachten, is nu het standaard aanbod-beleid van Pier K, dus CMK 1 heeft ons heel veel opgeleverd.

CMK2 richt zich op het verduurzamen en borgen van kunst- en cultuuronderwijs binnen de scholen. De aandacht is daarbij verdeeld tussen de activiteiten in de klassen en het begeleiden van de leerkracht en de school. De school is daarbij in the lead; zij geven aan wat ze in de komende jaren willen ontwikkelen, en waarom.

Wat merken de scholen daarvan?

Een aantal scholen zijn gecertificeerd als CultuurMagneetSchool (CMS); dit zijn scholen die zich profileren op kunst- en cultuuronderwijs, passend bij hun identiteit, kernwaarden of onderwijsconcept. De voorwaarden om CMS te worden zijn pittig. Scholen moeten investeren in naschools aanbod, deskundigheidsbevordering, contact met de wijk en, heel belangrijk, de kwaliteit van receptieve vorming; kunstbeleving, dus. CMS scholen lopen voorop in het co-creëren en geven cultuuraanbieders waardevolle feedback die, vanwege de langer lopende samenwerking, ook meteen kan worden vertaald naar het aanbod aan leerlingen. In de komende jaren gaan we onze ervaringen met het CultuurMagneetSchool- principe vertalen naar duurzame projecten binnen niet-cms scholen en naar het speciaal onderwijs.

CMS Vesterhavet Carolien Huizinga en Yvonne Woestenburg

Wat zijn de leukste dingen (activiteiten, reacties van scholen, gemeente o.i.d.) die je de afgelopen tijd hebt meegemaakt. En waar verheug je je op?

Dat zijn er meerdere maar om een paar hoogtepunten te noemen:

  • Het is heel mooi om te zien wanneer CMS scholen voorlopen op het stappenplan; twee scholen hebben met elkaar samen met de buitenschoolse opvang, nu al een kostendekkend plan gemaakt voor naschoolse muzieklessen. Dat gaat per sept 2018 van start. Een andere school maakt een voorstelling met alle groepen, speciaal voor de bewoners van een verzorgingshuis om de hoek.
  • Eén school heeft in de voorbereiding op de certificering zélf een aantal partners gezocht om een leerlijn ‘presenteren en storytelling’ te ontwikkelen.
  • Wat ook heel inspirerend is om mee te maken is dat zowel vakdocenten van Pier K als die van collega instellingen zich steeds meer richten op wat de school nodig heeft en groeien in de rol van kwartiermaker en uitvoerend adviseur

CMK in Alkmaar

16 mei 2018 - Alkmaar

Willem Smit, projectleider CMK bij Bureau Cultuurp Pimair vertelt:

Wat is voor jullie het belangrijkste verschil in deze tweede CMK-periode met 2013-16?

In de 1ste periode stond de Culturij centraal, oftewel de co-creatie; de hulpvraag werd gesteld vanuit een ICC en in vele gevallen was de uit te voeren activiteit gericht op een enkele groep, soms op meerdere. Hoe waardevol ook, met name daar waar het de samenwerking (co-creatie) betrof, na de uitvoering was er nog geen sprake van borging of een voortzetting van activiteiten naar andere groepen. Uitzonderingen daargelaten, want er vonden ook schoolbrede projecten plaats op basis van de Culturij. Dat was dan ook de voeding voor periode 2.

In deze 2de periode wordt de vraag gesteld door ICC in samenspraak met directie en/ of collegae, is er meer draagvlak, wordt er meer en scherper nagedacht over de doelstelling en inhoud van de vraag en de uitvoering. Dientengevolge aarden de activiteiten beter in de school of het curriculum van de school. Het door het Fonds voor cultuurparticipatie gestelde criterium ‘samenwerking met een culturele instelling’ wordt als waardevol ervaren, door beide partijen. Leerkrachten en ICC geven aan dat het zinvol is de in te zetten deskundigheid op een eigen wijze en voorkeur in te kunnen zetten, als scholing, maar tevens als learning on the job.

Wat merken de scholen daarvan?

De inzet op schoolbrede projecten (of minimaal bouwniveau) vraagt meer (voorbereiding)tijd, maar zorgt voor een grotere impact, er is meer resultaat van werken, er wordt in afstemming richting gegeven aan doelen, met meer mogelijkheden tot borging. Voor scholen houdt dat in dat er kritisch wordt gekeken naar de vraag, de wens. Het in te zetten traject vraagt namelijk een tijdsinvestering. Ook de Cultuurloper – als onderdeel van de mogelijkheden – biedt scholen de gelegenheid gefundeerd tijd te nemen voor een visie en een (in samenspraak) vorm te geven cultuurplan als vervolg. Een pluspunt is tevens dat scholen gerichter gaan afstemmen tussen binnen- en buitenschoolse cultuureducatie en/of hun programma afstemmen met de cultuurcoach die op een aantal scholen actief is.

Wat zijn de leukste dingen die je de afgelopen tijd hebt meegemaakt, of waar verheug je je op?

De leukste vragen die binnen komen zij die waarbij een school, leerkracht, ICC een activiteit opvangt, ziet of meemaakt op een andere school en daarop contact zoekt met Bureau CultuurPrimair met de vraag: ‘kan dat ook op onze school?’